Wim's Blog
Gedichten, illustraties, kaften en nieuwtjes.
Bijdragers
dinsdag 2 februari 2010
maandag 1 februari 2010
zondag 31 januari 2010
zaterdag 30 januari 2010
vrijdag 29 januari 2010
Dingen die ik dacht 2
Een vliegtuigbom kan door het dak maar niet door het matras. Je lichaam is gevuld met bloed en met harde dingen, dat zijn de botten. Vogels lijken op engelen, maar ze hebben geen armen. Eenden zijn hol. Muizen wonen onder de vloer. Ze hebben daar kamertjes en meubels net als wij, maar dan veel kleiner. Een kameel heeft de kleur van kaneel. Boven de i moet een puntje om hem pijn te doen. Geesten zijn net als vuur, maar dan onzichtbaar. De wind blaast zichzelf weg. De aardappelen in de wasteil willen eigenlijk dieren zijn, dat zie je aan hun staartjes. Een vlieger is een kruisbeeld. Opa heeft een snor omdat hij pijp rookt. Stekelbaarsjes vang je met een vork of een breinaald. Brandnetels moet je hard met een stok of een ijzeren elektriciteitsbuis slaan. Kogelgaten in muren groeien niet dicht, maar muren hebben geen pijn. Als je heel vlug bent, kun je over het water lopen. Roodkapje kende het verhaal van Roodkapje niet. Lucifers komen uit de hel. Olifanten zitten vol olie. Olifanten geven meer licht dan olielampen. Daarom schieten de Duitsers olifanten dood, maar zij hebben slurven met brandende olie.
donderdag 28 januari 2010
Eerst nog wat eten
NAAR BED, NAAR BED
Het leven is nog een begin,
de tafel een huis, het huis
een heelal, de taal
een verhaal zonder einde
ongemerkt begonnen
nog maar net, de woorden
zijn nieuw, blinkend nat
pas verzonnen.
De wind blaast zichzelf
uit en weg, uit het licht
weg de zon, naar bed
naar bed…
Eerst nog wat eten:
witte pap in een wit bord, kijk
de pap wordt al etend
een gezicht !
Twee gaatjes, dat
zijn de ogen, dit gat
is de neus, en dit rondje
een mondje dat pap eet,
dat pap spuugt, pap, pap, pap,
zo je mond in.
Een hap voor opa, die naar kantoor is,
een hap voor papa die er vandoor is,
een hap voor het poesje, dat Lap heet,
een hap voor het kindje, dat pap eet.
een hap voor oma, die dood is
een hap voor zusje,dat groot is
en wat stout is, ze zegt dat de pap koud is
en zout is, maar hij is lauw en zoet en zacht.
Pap op je bord, het leven is kort,
hoe gauw komt de nacht!
Een hap voor de pap,
en een hap voor de pop
en dan is het op.
Kus op je wang,
slaap lekker lang!
En wees maar niet bang,
die schaduw is niets.
woensdag 27 januari 2010
Zeedruifje
Dieren die je nog steeds wel aan het strand ziet, zijn de zeedruifjes, kleine, doorzichtige bolletjes. In januari zag ik er al een paar, maar nu zie je ze soms in grote hoeveelheden op het strand liggen. Ik ben altijd blij als ik ze weer zie. Dat komt natuurlijk ook omdat ik ze mooi vind, maar het is ook de herkenning en de herhaling.
Het zijn wat eivormige, ballonachtige, kwalletjes. Ze kunnen mooi blinken en, als ze wat zonlicht vangen, zie je langs de randjes de zeven kleuren van de regenboog. Ze hebben acht van die randjes. Waarom acht? Dat moet je mij niet vragen. Ze hebben twee sliertjes waarmee ze in het water voedsel vangen, dat ze naar hun mond brengen. De mond moet aan de bovenkant zitten. Daar zit ook een orgaan dat ervoor zorgt dat ze naar hun gevoel de goede kant uitzwemmen. Raadselachtig is dat wel, want hoe weten ze dat ze de goede kant uitgaan? Zwemmen doen ze met hele kleine trilplaatjes die op de acht ‘ribben’ zitten. Ze worden daarom ook wel ribkwalletjes genoemd. Volgens de boeken kunnen ze wel vijftig tot vierenvijftig kilometer per uur halen. Zo hard heb ik ze nog nooit zien zwemmen. Meestal zie je ze pas als ze aangespoeld zijn, want tegen de golven en de stroom kunnen ze waarschijnlijk niet veel inbrengen. Ze liggen dan maar gewoon op het zand, vlakbij het water te blinken.
